Filosoferen is nóg dieper nadenken, tot je niet meer verder kan | special

← Terug naar overzicht -

Filosoferen is dieper nadenkenFilosoferen wordt vaak ingezet om het kritische denken bij kinderen te ontwikkelen. Maar dat ontwikkel je alleen, als je bij die filosofische gesprekken ook echt de diepte in gaat. In dit extra uitgebreide blog leg ik uit hoe je dat doet. Ik laat dit zien aan de hand van een aantal leuke gespreksfragmenten.

Als je regelmatig in de kring bij een onderwerp stilstaat, betekent dat niet altijd dat je de kinderen aan het denken hebt. Het geven van je mening zet je namelijk nog niet perse aan het denken. Filosoferen gaat daarom altijd een stap verder dan de mening, of beter gezegd een aantal vragen verder. Daardoor moeten kinderen ook echt over hun mening nadenken en deze beargumenteren. 

Hoe begin je te filosoferen?

Een filosofisch gesprek start altijd vanuit een filosofische vraag. Een filosofische vraag is een vraag waarop je meerdere antwoorden kunt verwachten. Zelfs als iedereen op een vraag ‘ja’ antwoordt, kan het zijn dat elk kind voor zijn ‘ja’ een andere redenatie heeft. Het gaat ook altijd om een denkvraag. Neem bijvoorbeeld de vraag: kun je op school vrij zijn? Het antwoord op zo’n vraag kun je niet opzoeken of oplossen door een experiment. Dat komt omdat je door een filosofische vraag altijd gaat zoeken naar de betekenis van waarden, normen of ideeën. (In de special ‘wat is een filosofische vraag?‘ kun je hier meer over lezen)

En dan doorvragen!

Als je dan een filosofische vraag aan een groep kinderen stelt, volgen er meestal al snel een paar antwoorden. Deze kunnen soms al heel diepzinnig lijken, maar eigenlijk begint het gesprek nu pas. Zo’n eerste antwoord kun je vergelijken met een ijsberg. Het antwoord is het topje van de ijsberg maar onder water is een ijsberg veel groter. Dat verborgen stuk van de ijsberg is een metafoor voor alles wat tot jouw antwoord heeft geleid. Dat is je opvoeding, je geloof, het soort school waar je heen gaat, wat je hebt meegemaakt, de vooroordelen die je hebt, etc.

Je komt te weten wat er onder water zit door vragen te stellen zoals:
– Kun je dat uitleggen?
– Hoe weet je dat?
– Wie bepaalt dat?
– Bestaat daar een regel voor?
– Kunnen we dat bewijzen?
– Kun je een voorbeeld geven?

Filosoferen is kritisch en genuanceerd denken

Door dit soort vragen ga je verder denken en ook kritischer. Of zoals Yoeri na een aantal maanden filosoferen zei: ‘vroeger zei ik altijd maar wat maar nu denk ik eerst na’. In een andere groep zat Ylja, hij flapte er altijd van alles heel stellig uit. Vaak was dat een mening die hij eens ergens had gehoord. Met doorvraagvragen werd hij geprikkeld om verder na te denken. Daar had hij niet altijd zin in of de puf voor, maar aan het einde van het schooljaar vertelde hij dat hij had geleerd dat je op verschillende manieren kunt denken en dat je altijd verder kunt denken. Hij begon in de loop van het jaar zijn antwoorden dan ook steeds vaker met de woorden ‘het hangt ervan af hoe je er naar kijkt’.

In de volgende gespreksfragmenten zie je hoe dat kritische en genuanceerde denken tot stand kan komen. Een groep kinderen denkt na over de vraag ‘wat is echt?’. Om deze vraag te onderzoeken staat er een kist voor de groep met o.a. een kopie van een briefje van 50 euro, een fossiel, een zakje Cup-a-Soup, een vaasje met een nepbloem en een kabouter. Tijdens het gesprek wordt er regelmatig een voorwerp uit deze kist in de kring gezet met de vraag: is dit echt?

Definitie maken

In de kist zit ook een ketting met kralen gemaakt van kamelenbotten. De vraag die hierbij gesteld wordt, is: Zijn deze kralen nog echte kamelenbotten?
‘Het zijn kralen gemaakt van botten. Net als die kist. Het is een kist maar dan kun je nog steeds zeggen dat het hout is.’
‘Papier is ook van hout gemaakt, maar je zegt niet dat het nog hout is.’
‘Maar bij papier is een heel proces nodig om van een boom papier te maken. En er is water bij gestopt. Maar deze kralen zijn alleen van vorm veranderd maar het materiaal is nog hetzelfde.’
‘Maar een kamelenbot heeft een andere vorm. Als kraal vind je het niet terug in het skelet van een kameel. Een bot heeft een bepaalde vorm dus nu is het geen bot meer.’
‘Wat is dan precies een bot?’
‘Een bot is een ding dat in een lijf zit en een bepaalde vorm heeft en van calcium en zo gemaakt is,’ beschrijft Salim. ‘Dus de kralen zijn geen botten meer.’
Door het doorvragen ontdekken de kinderen dat het soms belangrijk is om eerst een definitie te maken. De gespreksleider benoemt deze ontdekking.
Daar reageert Sofie meteen op: ‘Ik vind het geen goede definitie, de vorm maakt niets uit!’

Bij het filosoferen kunnen meerdere meningen waar zijn

Dat Sofie dat vindt is niet erg. Het is juist mooi dat kinderen door te filosoferen ontdekken dat er meerdere antwoorden naast elkaar kunnen bestaan. Het hangt er net van af welke redenatie je gebruikt. Bij redenatie één zijn de kralen geen botten meer, bij redenatie twee nog wel.

Denkfouten: aannames

Te mooi om waar te zijnNatuurlijk maken kinderen net als volwassenen ook denkfouten. Het is heel goed om je daar bewust van te worden. Veel denkfouten zijn gebaseerd op aannames. We gaan er gewoon vanuit dat iets zo zit zoals je dat zelf logisch vindt. Dat gebeurde ook in deze les, bijvoorbeeld toen er een fossiel getoond werd met de vraag of het een echt fossiel is.
‘Als het echt is, zou het in een museum moeten liggen.’
‘Het is gewoon een steen waar ze een laagje overheen hebben gemaakt.’

Onder sommige uitspraken zat duidelijk een aanname, zoals deze:
‘Een echt fossiel zou niet in een souvenirwinkel liggen maar in een museum.’
Dus vraagt de gespreksleider: ‘Hoe weet jij waar het fossiel vandaan komt?’
‘Dat lijkt me logisch,’ is het antwoord.
Het was echter niet waar en dus een aanname.
‘Hoe kun je voorkomen dat je een aanname doet?’ vraagt de gespreksleider na deze uitleg. De kinderen kwamen toen zelf tot de conclusie dat je altijd eerst informatie moet verzamelen en vragen stellen.

Sociaal wenselijk

Maar wat als de kinderen juist zeggen wat jij graag wilt horen? Dan ben je als gespreksleider veel minder geneigd om door te vragen. Toch moet je het dan ook doen. (lees in dit kader ook ‘wat Zwarte Piet ons kan leren over filosoferen‘) Het gaat er bij filosoferen namelijk niet om of de antwoorden aansluiten bij wat jij vindt, maar of de kinderen zelf hebben nagedacht. Een voorbeeld uit een gesprek waarbij kinderen het over mooie mensen hadden.

‘Je kijkt toch altijd eerst naar iemands uiterlijk. Als je kan kiezen tussen iemand met een mooi hoofd en iemand met een lelijk hoofd dan ga je toch eerst naar degene met een mooi hoofd.’
‘Maar als je heel mooi bent maar een egoïst dan ga je toch voor een lelijke lieverd.’

Wat vinden we echt?

We willen natuurlijk graag dat iedereen vindt dat het om de binnenkant gaat. Maar is dit wat we echt vinden? De uitspraak dat je altijd eerst naar iemands uiterlijk kijkt, is daarom interessanter om op in te gaan dan de uitspraak over de lelijke lieverd.

‘Hoe komt het dat je toch eerst kiest voor iemand met een mooi hoofd?’
‘Iedereen wil wel de mooiste hebben!’
‘Maar iedereen vindt iemand anders mooi.’
‘Kan iets mooi zijn van lelijkheid?’
‘Soms zie je van die schilderijen die eigenlijk kriebeltje kras zijn en dan zijn ze toch mooi. Want als je wat vaker kijkt dan vind je het toch mooi.’
‘Dus eigenlijk moet je vaker kijken om iemand mooi te vinden?’
‘Je kan er ook anders naar kijken. Als je bijvoorbeeld een schilderij lelijk vindt, dan kun je het nog wel knap vinden. En dan kun je het toch een soort van mooi vinden.’
‘Kan het ook zo met mensen gaan? Dat je op een andere manier gaat kijken en dat je ze dan toch mooi gaat vinden?’
‘Als je er langer naar kijkt dan zie je ook altijd de details. En dan wordt het mooier dan eerst.’

Wat grote mensen willen horen

Door het doorvragen zijn kinderen echt gaan nadenken over het idee ‘mooi zijn’. Het antwoord dat het om de buitenkant gaat, is in vergelijking met dit denkfragment een lege huls. Het is iets wat ‘grote mensen’ graag willen horen en wat we allemaal braaf zeggen. Het diepere nadenken is trouwens ook wat de kinderen leuk vinden aan filosoferen. “Nu gaat het eens niet om wat de leerkracht weet of vindt maar om wat wij vinden,” zei Sajad in een evaluatie over filosofielessen.

In alle bovenstaande voorbeelden zie je terug dat juist door het doorvragen de gesprekken interessant worden. Dat dan pas ideeën onderzocht worden en dan ben je pas aan het filosoferen. Neem dus nooit zomaar genoegen met de eerste antwoorden, al klinken ze nog zo mooi.

Dit artikel verscheen eerder in het tijdschrift Zorgprimair.

Tip

Download de doorvraagkaarten op de ledenpagina. Lid worden is gratis!

Meer lezen over hoe je moet filosoferen met kinderen?

21e eeuwse vaardigheden

Kritisch denken is een van de 21e eeuwse vaardigheden die we moeten ontwikkelen om goed te kunnen functioneren in het moderne leven. Hier lees je er meer over.

In het artikel ‘Zo stel je geen domme vragen‘ lees je meer over hoe je door het stellen van goede vragen kinderen leert denken en hun taalontwikkeling laat groeien.

 


Geplaatst op 16 maart 2020 in Hoe moet je filosoferen?, Inspiratieblog

Zet kinderen aan het denken! Schrijf je snel in voor het gratis kennismakingspakket.



Schrijf hier je reactie op dit bericht.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *