Interactief voorlezen met een filosofische twist

← Terug naar overzicht -

Interactief voorlezen is goed voor de ontwikkeling van het kindInteractief voorlezen is heel belangrijk voor de taalontwikkeling van kinderen. Kinderen die veel worden voorgelezen hebben een grotere woordenschat en halen zelfs hogere cito-scores. Uit onderzoek blijkt dat de positieve effecten van voorlezen nog groter worden als je interactief voorleest. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Op internet vind je daarover allerlei tips. Maar de tips hoe je dit met een filosofische twist doet, vind je hier!

Ik gebruik regelmatig prentenboeken en verhalen om te filosoferen met kinderen. In de meeste verhalen zit namelijk onder het avontuur ook een interessant thema om over na te denken.

Als je wilt filosoferen na het voorlezen van een boek dan kun je een mix gebruiken van de vertel-eens-methode van Adain Chambers en filosofische gesprekstechnieken.

Het draait om het denken van de kinderen

Bij beide gespreksmethodes is het heel belangrijk dat de kinderen in het zoeken naar hun antwoorden vrij mogen denken en dat de gespreksleider goed moet doorvragen. Het gaat om het denken van het kind. Wat vindt het kind van het boek? Wat doet het boek met het kind? Waar is het kind nieuwsgierig naar? Als voorlezer en gespreksleider heb je dus vooral een faciliterende en open houding.

Het is goed om dat steeds voor ogen te houden want klassieke vragen zoals ‘wat zou de schrijver hiermee bedoeld hebben?’ hebben al menig scholier het leesplezier ontnomen. Niet doen dus, want het is geen leesbevorderende vorm van interactief voorlezen.

In gesprek over de voorkant van het boek

Interactief voorlezen begint al bij de kaft van het boek want vCover Wat zou jij doen?aak geeft de buitenkant van het boek al aanleiding voor een gesprek.  Bij het boek ‘Wat zou jij doen?’ bijvoorbeeld, staat op de voorkant een jongetje met een gewei op zijn hoofd. Dat roept natuurlijk al vragen op. Door hierover te praten maak je kinderen al nieuwsgierig naar het boek.

Je kunt bijvoorbeeld even naar de voorkant van het boek kijken, het dan omdraaien zodat de kinderen het kunnen zien en verbaasd roepen: huh, wat heeft hij nou op zijn hoofd?

Sommige kinderen zullen er misschien een gewei in herkennen. Daar kun je dan op doorvragen: Hoe kan dat nou? Mensen hebben toch geen gewei? Het kind weet waarschijnlijk niet hoe dat kan of bedenkt er juist verhaaltjes bij. Dan kun je verder vragen op de beleving:  Hoe zou dat voelen om zo’n gek gewei te hebben?

Na zo’n intro-gesprek, kun je beginnen met voorlezen. Dat kan bijvoorbeeld met een bruggetje als dit: nou, ik ben wel nieuwsgierig hoe het allemaal zit. Ik ga snel lezen!

Gesprekken tijdens het voorlezen

Cover van Er zit een gat in de wereld van sprietNu is het zo dat in sommige boeken op elke bladzij wel filosofische vragen te vinden zijn. Zoals het boek ‘Er zit een gat in de wereld van Spriet’. Dit kinderverhaal van filosoof Coen Simon is een in elkaar gehaakt netwerk van filosofische gedachten rond woorden als nu, nooit, ooit, niets, iets, en eindeloos. Hoewel het verleidelijk is om op al die begrippen in te gaan, raken kinderen dan de draad van het verhaal kwijt. En dan werkt interactief voorlezen averechts.

Vaker voorlezen

Je kunt zo’n boek beter vaker voorlezen en steeds iets anders kiezen om op in te gaan. De meeste kinderen vinden het bovendien fijn als een verhaal vaker wordt voorgelezen. Ze kunnen het verhaal dan steeds dieper doorgronden. Dus je kunt bij elke voorleesbeurt een ander punt kiezen in het verhaal om even bij stil te staan en erover te praten.

Natuurlijke interactie

Cover Alberts boomHet boek ‘Alberts boom’ nodigt kinderen eigenlijk vanzelf uit om halverwege het boek in gesprek te gaan. Vaak komen kinderen daar zelf mee. Alberts boom gaat over de beer Albert. Hij heeft een lievelingsboom waar hij graag in ligt. Op een dag moet de boom steeds huilen. Tijdens een voorleessessie riep Pascal van 5 uit: ‘maar bomen kunnen toch helemaal niet huilen?’

Dat was een mooi moment om dan daarover even te filosoferen. Je kunt dan vragen stellen als: Waarom kunnen bomen niet huilen? Kunnen ze misschien op een andere manier dan mensen huilen? Hoe kun je dan zien dat een boom ongelukkig is?  Kunnen we wel weten of bomen gevoel hebben?

Na over deze vragen een tijdje te hebben nagedacht riep Pascal: ‘nu wil ik weer verder lezen’.

Zo kan de interactie dus bij sommige boeken eigenlijk als vanzelf lopen. Je kunt gewoon de behoeftes van het kind volgen. Maar als het kind zelf niet met zo’n vraag komt, kun je er natuurlijk ook zelf mee komen. Je kunt op zo’n moment een beetje verbaasd uitroepen: ‘Bomen kunnen toch helemaal niet huilen?’ Kinderen komen dan vast en zeker met reacties.

Na één of hooguit twee al dan niet filosofische intermezzo’s lees je het verhaal uit.

Napraten over het verhaal

Als het boek uit is, laat je de kinderen eerst reageren op het verhaal zelf. Vaak willen ze hun mening hier over kwijt.

Je kunt hierbij de vier basisvragen van de vertel-eens-methode van Adain Chambers gebruiken.

  • Wat vond je leuk, mooi, of goed aan dit boek?
  • Wat vond je niet leuk, mooi of goed aan dit boek?
  • Is er iets moeilijk of onduidelijk?
  • Zag je een patroon of bepaalde verbanden?

Cover van MoppereendDie laatste vraag naar patronen klinkt wat abstract. Maar sommige boeken, zeker boeken voor jonge kinderen bevatten bijvoorbeeld een bepaalde herhaling. Denk aan het boek ‘wij gaan op berenjacht’. Maar ook bijvoorbeeld in het prentenboek ‘Moppereend’ waarin de mokkende moppereend steeds opnieuw een vriend tegenkomt die hem wil opbeuren. Dat is dan een patroon.

Cover van Een wonderlijke expeditie van robotsBij het herkennen van verbanden kun je denken aan oorzaak-gevolg relaties, overeenkomsten tussen gebeurtenissen en parallellen tussen verschillende dingen. Hoe ouder kinderen worden, hoe beter ze worden in het herkennen van verbanden. In het boek ‘Een wonderlijke expeditie van robots’ kun je bijvoorbeeld parallellen ontdekken tussen de mensheid en de robots.

Filosofische thema van het verhaal

Nadat je over het verhaal hebt nagepraat, kun je over een thema van het boek gaan filosoferen. In het blog filosofische thema’s in kinderboeken lees je hoe je deze kunt herkennen.

Over dit thema kun je dan allerlei verdiepende vragen stellen. Eigenlijk probeer je samen een goede definitie voor het onderwerp te vinden. Als het thema bijvoorbeeld vriendschap is, ga je proberen samen allemaal kenmerken van vriendschap te ontdekken. Hierbij kun je allerlei filosofische gesprekstechnieken gebruiken. Als je hiermee nog niet bekend bent, start dan met de gratis mini-cursus filosoferen met kinderen. Verder vind je op deze website allerlei werkvormen en vraagtechnieken.

Voorbeeld van interactief voorlezen

Cover van De wolf die uit het boek vielIn het prentenboek ‘De wolf die uit het boek viel’ zit bijvoorbeeld het thema vooroordelen. Een mooi onderwerp om over te filosoferen. Ik zal laten zien hoe zo’n gesprek er met gebruik van bovenstaande tips uit kan zien.

Ik laat het boek aan een groep 3 zien. Er staat een grote, zwarte wolf op de voorkant. Dus ik trek de conclusie dat het boek over een wolf zal gaan. Voordat ik begin met voorlezen vraag ik wat de kinderen eigenlijk weten over wolven. Er wordt van alles geroepen. Zoals:

‘Die stelen graag kippetjes!’
‘Ze hebben scherpe tanden.’
‘Ze zijn slim.’
‘Wolven zijn gevaarlijk.’
‘Ze eten mensen.’
‘Nee, hoor, ze houden niet van mensen.’
‘Soms, als ze bij elkaar komen dan huilen ze.’
‘Ze houden van de volle maan.’
‘Ze zijn vaak in groepen.’
‘Wolven zijn vaak in het bos.’
‘Ze zijn vaak gemeen.’
‘Hoeft niet perse, hoor, ze kunnen ook lief zijn.’
‘In verhalen zijn ze altijd gemeen!’

En de wolf uit dit boek, zou die gemeen zijn?’ haak ik hierop in om zo met voorlezen te kunnen starten. Alle kinderen denken dat hij gemeen zal zijn want wolven zijn in verhaaltjes meestal gemeen.

Maar dan blijkt bij het voorlezen dat het in dit verhaal anders zit.

Napraten over het boek hoort bij interactief voorlezen

We praten na over het verhaal. De kinderen waren vooral verbaasd over het feit dat de wolf bang was. Ze wisten niet dat wolven bang konden zijn. Ze vonden het ook gemeen dat hij niet in een ander boek mocht schuilen.

Joris zegt dan verbaasd: ‘De wolf was eigenlijk aardig. Maar we dachten van niet.’

Voeg vervolgens filosoferen toe als onderdeel van interactief voorlezen

Dit is een mooi moment om naar het filosofische thema vooroordelen te stappen.

Hoe komt dat dan?
‘Omdat veel mensen zeggen dat wolven slecht zijn.’
‘In verhalen zijn ze ook altijd slecht. Ik had nog nooit een verhaal gehoord van een goede wolf.’

Gebeurt dat vaak dat iemand anders is dan je denkt?
‘Ik heb dat vaak bij huizen,’ vertelt Steffy. ‘Als ik voor het eerst met iemand speel dan zag ik dat heel anders voor me.’
‘Ik had ook een keer toen zei iemand dat iets supervies was en toen was het superlekker. Misschien wel omdat ze niet wilde dat ik het ging kopen omdat ze het allemaal zelf wilde hebben.’
‘Ik had een keer dat iemand zei dat mijn nieuwe buurmeisje heel vervelend was maar toen was ze heel aardig.’ Roy vertelt er ook bij dat hij het eerst wel had geloofd.

Giftig

Geloof je dat deze bessen giftig zijn?‘Maar wanneer geloof je iets?’ vraag ik en ik stel voor om dat samen te gaan onderzoeken. Ik doe dat met behulp van foto’s. Ik laat eerst een foto van aalbessen zien. ‘Deze besjes bijvoorbeeld, als ik zeg dat deze giftig zijn, geloven jullie mij dan?’
‘Nee,’ zegt Fenna,  want wij hebben deze besjes in onze tuin.’
‘Maar hoe weet je dan zo zeker dat het precies diezelfde besjes zijn?’
‘We eten ze elke zomer!’
‘Ik ook. Ik heb ze al een keer gegeten. Ik kan aan de kleur zien dat ze hetzelfde zijn.’

Gemeen

Is dit meisje gemeen?Ik pak een volgende foto. Het is een meisje met rood haar. ‘Als ik nou zeg dat dit een heel gemeen meisje is omdat bijna alle meisjes met rood haar gemeen zijn, geloof je het dan?
‘Dat is niet aardig om te zeggen,’ vindt Steffy.
‘Misschien is er wel eentje met rood haar wel stom maar dan heus niet allemaal, hoor.’
‘Nee, want Roos heeft rood haar en die is heel aardig.’
‘Ik ken wel iemand met rood haar die vervelend is.’
‘Ja, eentje kan wel.’

Dief

Interactief voorlezen betekent ook veel vragen stellen.Ik leg de volgende foto op tafel. Eentje van een oude heer. ‘Ze zeggen dat deze meneer een winkeldief is,’ vertel ik erbij.
‘Dat kan niet, want zijn gezicht is heel oud dus dat zou heel raar zijn.’
‘Hij ziet er heel netjes uit.’
‘Ik kan dat nóóit geloven!’
‘Een dief kun je altijd herkennen.’
‘Nee, hoor, want sommige verkleden zich.’
‘Als je kleding aan hebt met witte en zwarte streepjes dan kun je een dief zijn.’
‘Dan trekken ze dat dus niet aan, hè, want dan kun je ze herkennen!’

‘Ik geloof het wel, want hij heeft zulke brede schouders, dus het kan best dat hij in zijn jas allemaal goud heeft.’
‘Het kan niet, want waarom heeft die foto dan niet zo’n streepje voor zijn ogen?’
‘Maar nu heb ik jou dit verteld over deze meneer,’ zeg ik. ‘En als je hem dan vanmiddag in de supermarkt tegenkomt, ga je hem dan in de gaten houden?’
Dat weten de kinderen niet zo goed. Ze denken dat dat ook gevaarlijk is.

Stoer

Is dit een stoer meisje?Ik leg een foto van een meisje op tafel en zeg dat zij altijd heel stoer is.
‘Daar geloof ik niks van, want ze kijkt heel bang en bibberig.’
‘Maar 100 mensen die haar kennen, zeggen het.’
‘Als je stoer bent, mag je ook wel een keertje bang zijn, dus het kan wel.’

‘Ik wil haar eerst kennen. Ik geloof nooit iets zomaar!’
‘Ik geloof alleen mezelf,’ weet iemand het nog bouter te stellen.
‘En je ouders dan?’ vraag ik.
‘Nou, die ook wel.’
‘En je juf?’
‘Ook. Maar een vreemde geloof ik niet zomaar.’

Wanneer geloof je iets dan?
‘Niet zo snel,’ zegt Steffie, ‘want, nou, zoals met dat rode haar, als ik nou rood haar had, dat is toch stom dat iedereen dan denkt dat ik irritant ben. Dus ik wil haar eerst leren kennen.’

‘Maar bij de wolf geloofden jullie allemaal wel dat hij slecht was,’ zeg ik.

Daar zijn de kinderen even stil van. Puntje bij paaltje kun je blijkbaar toch allemaal zo in een vooroordeel trappen. Maar de kinderen denken allemaal dat ze het voorbeeld van Steffie moeten volgen en de ander altijd eerst zelf moeten leren kennen.

Interactief voorlezen is levenservaring

Nou was dit maar één aspect uit het boek ‘De wolf die uit het boek viel’. Maar er zijn nog meer onderwerpen waar je op in zou kunnen gaan. En dat is alleen maar mooi want je kunt een boek dus prima meerdere keren voorlezen. Steeds ga je dan weer op een ander aspect van het boek in. Zo gaat het kind het verhaal steeds beter begrijpen en daarmee ook de wereld om zich heen. Eigenlijk zorgt een boek zo ook voor een stukje levenservaring.

Lees ook

Vertel eens

De vragen van Chambers vind je in de onderwijsdatabank.

Het boek Leespraat beschrijft de vertel-eens-methode en kun je vinden in de Webshop Kinderfilosofie.

Meer weten over interactief voorlezen

  • Over de positieve effecten van voorlezen lees je meer op de De Leesmonitor van Stichting Lezen.
  • Interactief voorlezen vergroot taalvaardigheid en leesplezier op leraar24
  • Spannend en goed voorlezen en vertellen doe je zo op leraar24
  • In het artikel ‘Interactief voorlezen: Ja! Maar hoe?’ Vind je ook leuke tips om interactief voor te lezen.

Boekentips voor interactief voorlezen

  • Wat is goed, wat is kwaad?

     15,99
  • Doris Dorpsuil

     19,95
  • De dag dat de zee weg was

     18,99
  • Cover van Zo gaat dat niet

    Zo gaat dat niet – filosofische korte verhalen

     20,95
  • Cover van Iedereen telt

    Iedereen telt

     18,99
  • De jongen, de mol, de vos en het paard

     20,00
  • Cover van De wolf die uit het boek viel

    De wolf die uit het boek viel | praten over vooroordelen

     15,95
  • Cover van Moppereend

    Moppereend

     15,00
  • De cover van Becky Breinstein en De Gifbeker van Socrates.

    Becky Breinstein en de gifbeker van Socrates

     15,99
  • Cover van Een wonderlijke expeditie van robots

    Een wonderlijke expeditie van robots

     17,50
  • Cover van Stinkend rijk

    Stinkend rijk

     15,95
  • Cover Wat zou jij doen?

    Wat zou jij doen?

     15,95
  • Cover Alberts boom

    Alberts boom

     14,95
Deel deze pagina

Geplaatst op 5 juni 2020