Denken met voorbeelden: als je een grote zak snoep hebt, moet je die dan delen?

← Terug naar overzicht -

Moet je snoep delen?In de Socratische gespreksmethode pluis je een ervaring van iemand helemaal uit om zo tot de onderliggende waarden te komen. Als je dit goed wil doen is het een heel intensieve methode die bij sommige mensen dagenlang duurt. Dat is met kinderen natuurlijk niet te doen maar door met van te voren bedachte casussen te werken ontstaat een interessante, simpelere variant. We denken dit keer na over een denkbeeldig persoon die een grote zak snoep heeft weten te scoren maar niets met zijn vriend wil delen. ‘Dat is niet eerlijk want de een wordt dan mollig en vet en dik en de ander zo dun als een spriet,’ luidt de eerste reactie. Al snel stappen we over van denken over snoep naar denken over geld en dan dreigt zelfs de kinderbijslag voor rijke mensen afgeschaft te moeten worden! Oneerlijk? ‘Deal with it!

Toelichting op de filosofieles

Voor het onderzoeken van een gebeurtenis kun je een echte ervaring van een kind gebruiken maar ook een fictieve situatie. Dat heeft voordelen want zoals de 11-jarige Noa een keer zei: Je kunt makkelijker denken over andermans situatie want dan kun je alle kanten een beetje overzien. Maar over jezelf is het moeilijk want soms voel je je zielig door iets.’ Daar had Noa best wel gelijk in en daarom werk ik ook graag met bedachte casussen. Soms zijn deze door de kinderen bedacht, soms door mij, maar dit keer heb ik ze een uit een filosofieboek met filosofielessen namelijk het boek ‘Kunnen dieren denken?’ In een les over eerlijkheid worden zes situaties beschreven die de kinderen kunnen onderzoeken. Er wordt vooral gekeken of de situatie eerlijk is of niet. Is het bijvoorbeeld eerlijk als iemand zijn snoep niet wil delen?

Uitspraken uit de filosofieles

‘Het is niet eerlijk want dan wordt de een mollig en vet en dik en de ander zo dun als een spriet.’

‘Soms heb je gewoon geluk of je hebt iets verdiend en dan mag je het best voor jezelf houden. Het is wel aardig om te delen maar het hoeft niet. Het hangt er ook van af hoe vaak je snoep hebt en hoeveel.’

‘Ik vind het wel eerlijk want hij heeft er misschien wel hard voor gewerkt.’

‘Als je vriendje een zak snoep krijgt dan is het van hem. Als hij het voor zichzelf wil houden dan mag dat.’

‘Ik vind dat je het met je vrienden moet delen.’

‘Ja, vrienden horen te delen.’

‘Als het heel veel snoep is, kun je best wat uitdelen want andere kinderen hebben misschien nooit snoep.’

Hoe zit het dan met geld?

Ik besluit een wat spannender parallel te trekken en zeg: ‘En als het nou niet om snoep gaat, maar om geld? Moeten rijke mensen hun geld delen?’

‘Ja, als je heel veel hebt, mag je best wat weggeven.’

‘Het hangt ervan af, als je eerst arm was en je hebt heel hard gewerkt en dan ben je rijk dan mag je het best voor jezelf houden.’

‘Je kunt niet zomaar zeggen of iemand rijk is. Als je 100 euro hebt, is dat best veel maar als je drie kinderen hebt niet.’

‘Maar daar krijg je toch kinderbijslag voor?’

‘Maar dat krijgen rijke mensen ook.’

‘Wat!? Maar zij hebben al heel veel!’

‘Dat is wel eerlijk, hoor, want iedereen moet hetzelfde krijgen.’

‘Misschien moeten ze dan de helft krijgen.’

‘Of niks, want ze hebben al genoeg!’ Ik denk dat als iedereen zijn geld deelt, dat niemand dan nog wat hoeft te stelen.’

‘Nou, een beetje weggeven dan misschien maar niet alles. Het is ook niet eerlijk als je hard werkt en je daarom veel verdient en dat je dan alles moet weggeven.’

Je kan beter veel vrienden hebben

‘Maar geld maakt niet gelukkig. Je kan beter veel vrienden hebben.’

‘Ja, want als je dan arm wordt, kun je je vrienden om geld vragen.’

‘Maar willen zij dan nog wel vrienden met je zijn?

‘Ja, en als die rijke vriend dan hetzelfde is als die snoepjesman dan krijg je dus mooi niks, hè! Dus dan heb je niks aan je vrienden!’

Waarop Saraya zegt: ‘Och, het leven ís gewoon superoneerlijk. Deal with it.’

Kortom, in hoeverre je wel of niet je bezittingen moet delen bleek toch een erg moeilijke vraag. We zijn er niet helemaal uitgekomen. In het ideale geval kom je na het onderzoeken van een ervaring uit op algemene waarden en regels. Maar ja, dan heb je misschien toch meerdere dagen nodig!

Boek ‘Kunnen dieren denken?’

Voor deze les gebruikte ik overigens een filosofieles uit het boek Kunnen dieren denken? van Heleen Booy. Hierin staan 12 kant en klare lessen voor groep 3, 4 en 5. Van dezelfde auteur is het boek Kunnen robots bang zijn? Daarin staan lessen voor groep 6, 7 en 8. Het zijn lessen met een duidelijke opzet, verschillende werkvormen en kant en klare werkbladen.

Filosoferen met humor

Met het spel Denkdobbelen creeër je gekke situaties om samen over na te denken.

  • Een alien rijdt hard met een omaatje over het strand, mag dat?
  • Een kleuter appt naar een olifant in het zwembad, mag dat?
  • Je buurman danst met kabouters in Afrika, mag dat?
  • Een kat sloopt bloemen op de snelweg, mag dat?

Lees meer…

Leestips


Geplaatst op 30 januari 2020 in Inspiratieblog

Zet kinderen aan het denken! Schrijf je snel in voor het gratis kennismakingspakket.



Schrijf hier je reactie op dit bericht.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *