Je moet worden wie je bent! Maar… hoe dan?

← Terug naar overzicht -

Hoe kun je worden wie je bent?‘Je moet worden wie je bent’. Als het om de ontwikkeling van kinderen gaat, is dit een geliefd citaat. Het is oorspronkelijk van de filosoof Nietzsche. Het klinkt prachtig, maar ja, hoe word je dan wie je bent? En hoe kom je erachter wie je bent? En als het voor volwassenen al moeilijk is om hier achter te komen, hoe moet een kind dat dan doen? Helaas is er geen handige tovertruc voor, maar praten over wat identiteit überhaupt eigenlijk is, is een goede eerste stap.  Zo ontstaat het besef dat je meer dan één kenmerk bent, of zoals Jordy zegt. ‘Als ik een tattoo zet, dan ben ik niet ineens Hendrik Pietersen.’

Met de filosofieclub van een school in Appingedam beginnen we het gesprek dit keer met het nadenken over een gedachte-experiment. Dit kun je trouwens ook heel goed thuis doen met je eigen kinderen.

Stel dat

Heeft je fiets een identiteit?

Kaartje uit de Praatprikkels, 50 filosofische vragen voor kinderen.

‘Stel,’ zeg ik tegen de kinderen, ‘we veranderen aan jouw fiets één voor één alle onderdelen. Is het dan nog dezelfde fiets, jouw ouwe vertrouwde fiets?’

‘Als dat heel langzaamaan gaat wel,’ vindt Jordy.

‘Het model mag niet veranderen,’ vindt Julian. ‘Het mag niet ineens een racefiets worden.’

‘Maar als je mijn lichaam verandert, dan ben ik nog steeds Marre.’

‘Met een fiets is het wel anders, want die heeft alleen zijn uiterlijk. Wij hebben ook een ziel,’ bedenkt Jordy.

‘Nou, maar als je een racefiets van hem hebt gemaakt is het toch een ander soort fiets. Dan is die ineens snel,’ vindt Julian. ‘En als Marre er ineens uitziet als zo’n rare idioot met spuitlippen en zo dan vind ik het Marre niet meer.’

‘Jij verandert toch ook niet als jij je haar verft,’ brengt Marre daar tegenin.

Dat vindt Jordy ook: ‘Ja, als ik een tattoo zet, dan ben ik niet ineens Hendrik Pietersen.’

‘Je maakt met een tattoo wel een bepaalde indruk,’ vindt Julian. ‘Je denkt dan toch dat het een bepaald type is. Dus het maakt je toch wel anders, hoor.’

Daar is Marre het niet mee eens. ‘Je kunt niet altijd aan je uiterlijk zien wat voor type je bent. Ik zag een keer bij Hollands got talent een man met heel veel tatoeages en die ging toen een heel rustig liedje zingen. Dat had niemand verwacht.’

Julian: ‘Maar misschien wil deze man wel altijd expres iets anders doen dan mensen verwachten en heeft hij daarom tatoeages en zingt hij daarom een lief liedje omdat iedereen dan lekker verbaasd is en dat vindt hij leuk dus dan zegt dat wel iets over hem.’

‘Ik ben toch niet anders als ik ineens op naaldhakken naar school kom,’ roept Marre.

‘Nou, dan zou ik je maar een tutje vinden. Dan kun je toch niet meer rennen. Dat is net als dat je jouw fiets vierkante wielen geeft, dan kun je er niet meer mee fietsen’, vindt Jordy.

‘Maar dan verander je het model. Dat is iets anders,’ antwoordt Julian.

‘Je kan een fiets niet met een mens vergelijken. Bij een ding verandert het. Maar een mens blijft hetzelfde mens,’ houdt Marre vol.

‘Als de verandering langzaam gaat, maakt het toch niet uit?’ vraagt Jordy zich hardop af. ‘Als het begint met je schoenen en een half jaar later doe je je haar anders en dan steeds iets anders dan zijn we wel al gewend aan die naaldhakken en dan blijf je toch Marre.’

Wat maakt dan dat jij jij bent?

Je hond hoort ook bij jou. Je bent een optelsom. Zo kun je worden wie je bent.

‘Alles wat bij jou hoort maakt dat jij jij bent en wat dat allemaal is dat mag je zelf bepalen,’ vindt Marre. ‘Je ouders, je hond, je huisdier, je kamer, je knuffel, alles wat je leuk vindt en alles wat je doet, wat je voelt, wat je bezit en alles bij elkaar maakt dat jij jij bent. Je bent één grote optelsom van alles.’

‘Nou, ik vind niet dat het uitmaakt hoe je je voelt, hoor. Als ik boos ben, zegt dat niet dat ik Rianne ben. Iedereen is wel eens boos.’

‘Maar niet iedereen is even vaak boos of over dezelfde dingen,’ merkt Jordy op.

Ben je al jij bij je geboorte of word je later jij?

‘Dat hangt er vanaf. Sommige dingen zijn er al. Maar ik kan nooit een topsporter worden, daar heb ik geen talent voor. Ik kan van een tv ook geen pan soep maken,’ vindt Julian.

‘Maar als je een optelsom van alles bent, dan maakt ook je schaduw wie je bent. Terwijl je schaduw is toch niks,’ vraagt Rianne.

‘Nou, als jij dik bent, dan heb je een andere schaduw dan als je dun bent,’ zegt Julian.

Marre blijft bij de optelsom-theorie. ‘Mijn schaduw is van mij. En mij zegt iets over mij.’

En je naam dan? Zou je door een andere naam kunnen veranderen?

Daar heeft Jordy wel een idee over. ‘Bij een naam heb je ook altijd een beeld. Bij Jan denk ik aan iemand die best oud is en heel lang. Maar bij Najib denk ik aan iemand anders.’

Julian: ‘Maar als ik nu tegen iedereen ga zeggen dat ik Jan heet, dan verander ik toch niet?’

‘Ik denk dat mensen toch anders op je reageren en daardoor verander je,’ antwoordt Jordy.

‘Ik vind wel dat je naam hoort bij wie je bent. Als je schoenen met die naaldhakken er ook bij horen!’

‘Maar je schoenen heb je zelf gekozen en je naam niet.’

‘Nee, je ouders hebben je jouw naam gegeven en het soort ouders wat je hebt, maakt wel wie je bent. En daar hoort je naam dan toch bij? Als ik Petronella heet dan heb ik kak-ouders en dan word ik ook een kak-kind,’ beweert Rianne.

En je intelligentie dan?

‘Dat is echt hoe je bent,’ vindt Marre. ‘Want meestal als je helemaal niet slim bent dan ga je ook heel raar doen.’

‘Bij slimme mensen denkt iedereen aan een nerd. Maar dat is helemaal niet zo,’ merkt Rianne op.

‘Maar doordat mensen zo tegen je doen, word je toch een beetje anders.’

‘Maar heel veel dingen zijn er al als je geboren bent,’ zegt Marre. ‘Toen ik een baby was, zat er al een stukje in mijn hersenen waardoor ik goed kan rekenen. Ik gebruikte het toen nog niet, maar het zat er wel al. Maar ik kan nooit een topsporter worden, daar heb ik geen talent voor want ik ben best slap. Je kan van een stuk klei ook geen pan soep maken.’

Wat bedoelen mensen dan als ze zeggen: je moet worden wie je bent?

‘Dat je moet uitzoeken wat het beste bij je past,’ denkt Rianne. ‘Eigenlijk moet je dingen doen die voor jou een beetje vanzelf gaan. Als je niet over jezelf hoeft na te denken dan ben je jezelf.’

‘Ik denk dat je juist wel over jezelf na moet denken,’ vindt Julian. ‘En je moet veel dingen proberen. Ik moet met eten ook altijd een hapje proeven van mijn moeder. Als ik dat nooit gedaan had, dan had ik nu nog steeds Bambix gegeten. Nou, lekker dom is dat dan. Je kan toch niet weten dat je een slechte sporter bent, als je niet alle sporten probeert? Misschien ben je wel supergoed in hoogspringen. Maar als je dat nooit doet, kom je daar nooit achter.’

‘Maar ik moest van mijn vader op voetbal, terwijl ik daar heel slecht in ben. Als ik dan op zaterdagochtend wakker werd en ik had een wedstrijd moest ik huilen. En dan ging ik het wel gewoon doen, maar het lukte niet.’

‘Ik zei toch niet dat je door moet gaan als je het stom vindt,’ verdedigt Julian zijn standpunt. ‘Maar als je het nooit geprobeerd had, had je niet kunnen weten dat je er zo verdrietig van werd.’

‘Ja, dus je moet gewoon zoveel mogelijk uitproberen!’ roept Marre.

Dat lijkt me een goed idee van Marre. En als je er dan ook nog regelmatig nadenkt over wie je bent dan kan iedereen stapje voor stapje worden wie hij is en toch zichzelf blijven.

Gesprekken om te ontdekken wie je bent

Wil je ook kinderen helpen om te worden wie ze zijn? Gebruik dan deze kaartensets om met ze in gesprek te gaan en ze te helpen ontdekken.

Leestips

Deel deze pagina

Geplaatst op 12 mei 2020